
Vanaf deze pagina worden een paar onderdelen van de hondensport behandeld die onder behendigheid of te wel agility vallen. Hoewel Doggy-dance en Flyball op zich zelf staan en eigen regelementen hebben, schaar ik het onder agility. Het draait ook in deze vormen namelijk om de behendigheid van baas en hond, het TEAM! Over flyball en doggy-dance vindt je in het submenu meer informatie.
Pure Agility
Sinds ongeveer halverwege de jaren '90 van de vorige eeuw is er binnen de VDH een nieuw onderdeel van de hondensport te vinden, te weten Behendigheid c.q. Agility. Deze tak van sport wordt op zich al wat langer bedreven in de gehele hondenwereld. Beter gezegd vanaf 1978.
In 1978 werd de behendigheid in eerste instantie gebruikt om wat tijd op te vullen tijdens de Crufts Dog Show. Dit werd echter zo ontzettend goed ontvangen door het publiek dat men er al gauw een sport van maakte om honden op deze manier af te richten.
Leeftijd
In principe geldt voor iedere vorm van agility een minimum leeftijd van 1 jaar. Zeker voor wat betreft de belastende onderdelen als springen en klimmen. Zolang het op de grond blijft kun je ook eerder beginnen. Een maximum leeftijd is er niet. Doet je hond het nog goed als ie al ouder is en je hond is verder nog gezond, blijf het dan lekker doen, maar wel op het niveau dat de hond het nog aan kan, anders frustreerd het alleen maar. Daar zijn baas en hond niet bij gebaat.
Communicatie
In de behendigheid draait alles om communicatie tussen de baas en de hond op zowel een verbale als non-verbale manier. Het is dus echt noodzakelijk dat er een goede band is tussen beiden. Vanaf de kant lijkt het ontzettend makkelijk, maar vertrouw me, het is ontzettend moeilijk. Op zich mag je als baas alle commando's en tekens geven die jij nodig vindt. Maar dat maakt het nou ook juist weer heel erg moeilijk, want de hond weet op het laatst dus echt niet meer wat jij bedoelt. Het beste is het dus om voor een aantal oefeningen waarbij dezelfde handeling is vereist, hetzelfde commando gegeven wordt.
Organisatie
Binnen de VDH houdt men zich aan de regelementen zoals gesteld bij het K.N.K. Cynophilia. Maar binnen de hele hondensport is er nog een belangrijk overkoepelend orgaan, te weten Federatie Hondensport Nederland.
Je hond in de agility
Op zich is de Duitse Herder voor wat betreft de werklust erg geschikt. Echter wat de bouw aangaat niet zo zeer. De Duitse Herder is namelijk enigszins HD-gevoelig. Toch is het een erg leuke sport om uit te oefenen, zolang je de gezondheid van je hond maar voorop stelt. Maar ik denk dat dit bij alle rassen voorop moet staan.
Als je kijkt naar wat voor een bouw een hond moet hebben om aan de behendigheid mee te doen, moet je mijns inziens denken aan wendbaarheid, blessuregevoeligheid en vertrouwen.
Zo is het dat vooral kleinere rassen erg goed zijn in de behendigheid, ze zijn wendbaar, weinig blessuregevoelig en behoorlijk zelfstandig. Tel daarbij op dat jij je hond onder controle hebt en je hebt volgens mij een perfecte combinatie.
Grote rassen daarentegen zijn vaak behoorlijk blessuregevoelig evenals HD-gevoelig. Ook is de normale lichaamsbouw nou niet echt bepaald wendbaar te noemen als je dat vergelijkt met bijvoorbeeld een terriër. Dit maakt dat de grote rassen minder geschikt zijn om behendigheid mee te doen. Nou moet je niet gelijk denken:"dan doe ik dat maar niet." Neem van mij aan dat het erg leuk is om met je hond te doen. En als je het goed aanpakt en goed op de gezondheid van je hond let, kan ook jij aan deze ontzettend leuke vorm van hondensport meedoen.
Klasses
(niet voor doggy-dance en flyball)
Agility is zowel geschikt voor grote als kleinere honden. De honden worden ingedeeld naar schofthoogte: .
- Small (< 34,99 cm)
- Medium (> 35 en < 42,99 cm)
- Large (> 43 cm)
Het is zo dat FHN en Cynophilia een iets andere indeling gebruiken. Hierboven is die van Cynophilia gehanteerd. De FHN-regels staan beschreven in het desbetreffende reglement.
Parcoursen
(niet voor doggy-dance en flyball)
Agility kent verschillende soorten parcours, te weten:.
- Vast parcours:
alle toestellen kunnen deel uitmaken van het parcours, en het parcours bevat minimaal twee en maximaal vier raakvlaktoestellen - Jumping:
parcours bevat geen raakvlaktoestellen - Spelparcours:
deelnemers kunnen een extra parcours afleggen, maar deze telt niet mee, geen ‘wedstrijddruk’ dus, gewoon omdat het leuk is om een extra parcours te lopen.
Wedstrijden worden gelopen op verschillende niveau’s:
- A
- B1
- B2 (alleen bij Large)
- C
- Veteranen
Ik denk niet dat het nodig is te zeggen, maar een parcours voor de kleine rassen is voor wat betreft de hoogte anders dan voor de grotere rassen.
| Volgende > |
|---|






